De kracht van familiebedrijven

In de wereld van het midden- en kleinbedrijf (MKB) hebben familiebedrijven een aantoonbaar grotere kans op succes. Deze conclusie is niet slechts gebaseerd op mijn eigen praktijkervaring, maar wordt ook onderstreept door recent onderzoek van McKinsey. Wat maakt familiebedrijven zo succesvol en hoe kunnen ze deze voorsprong nog verder vergroten? 

1: Gediversifieerde Portfolio

Een van de sleutels tot het succes van familiebedrijven is hun vermogen om verder te kijken dan hun kernactiviteiten en -markten. In tegenstelling tot niet-familiebedrijven, hebben zij de vrijheid om te diversifiëren zonder de inspraak van externe aandeelhouders. Waar niet-familiebedrijven soms beperkt worden door de belangen van aandeelhouders, durven familiebedrijven risico’s te nemen die anderen niet aandurven.

Een concreet voorbeeld is een installatie/verwarmingsbedrijf dat investeerde in aangrenzende sectoren. Na verloop van tijd bleek dat 65% van de winst afkomstig was uit deze niet-kernactiviteiten. Dit toonde aan dat de kernactiviteiten als toegangspoort dienden tot een waardevol relatienetwerk, wat weer mogelijkheden bood voor investeringen in andere bedrijven.

Voor familiebedrijven is het essentieel om niet te blijven hangen in te veel focus op de kernmarkten. Ze dienen zich bewust te zijn dat continuïteit gebaat is bij de spreiding van activiteiten.

2: Allocatie van Mensen en Middelen

Flexibiliteit is een sleutelkenmerk van succesvolle familiebedrijven. Ze kunnen snel mensen en middelen verschuiven naar andere kanalen en markten als dat meer perspectief biedt. De korte lijnen binnen deze bedrijven stellen hen in staat om snelle beslissingen te nemen, een voordeel dat niet-familiebedrijven vaak missen. De meest succesvolle familiebedrijven gebruiken hun kapitaal doelgericht en investeren in markten die groei en rendement beloven.

3: Inzetten van Financiële Middelen

Efficiënte allocatie van financiële middelen is een ander sterk punt van familiebedrijven. De leiding zit dichter op de markt, waardoor ze snel beslissingen kunnen nemen over investeringen in groei, talentmanagement, services, klanten, medewerkers en kansen die zich voordoen. Hierdoor weten ze precies waar ze hun middelen het beste kunnen inzetten.

4: Financieel Conservatief

Een opvallend kenmerk van familiebedrijven is hun financiële conservatisme. Ze halen niet alle winst uit het bedrijf en staan niet onder druk van aandeelhouders die streven naar het maximale dividend. Door deze financiële voorzichtigheid zijn ze minder afhankelijk van externe financiers en beschikken ze over de nodige “financiële speelruimte”.

5: Focus op de Lange Termijn

Succesvolle familiebedrijven hebben een duidelijke langetermijnvisie. Ze investeren zorgvuldig in hun reputatie, de kwaliteit van hun organisatie en organisatiecultuur. In tegenstelling tot bedrijven die maandelijks verantwoording afleggen aan aandeelhouders, kunnen familiebedrijven ongehinderd werken aan hun lange termijn doelen.

6: Kansen Benutten door Korte Lijnen

De combinatie van korte interne lijnen en een eenvoudige beslissingsstructuur geeft familiebedrijven de mogelijkheid om strategische allianties en overnames aan te gaan. In aantrekkelijke markten kunnen zij kleinere bedrijven overnemen, wat vaak succesvoller is dan zelf een nieuwe business op te zetten.

In de wereld van het midden- en kleinbedrijf (MKB) hebben familiebedrijven een aantoonbaar grotere kans op succes. Deze conclusie is niet slechts gebaseerd op mijn eigen praktijkervaring, maar wordt ook onderstreept door recent onderzoek van McKinsey. Wat maakt familiebedrijven zo succesvol en hoe kunnen ze deze voorsprong nog verder vergroten? 

Nomadisch denken: een motor voor vernieuwing 

Positionering voor de toekomst 

Veel middelgrote- en familiebedrijven heroverwegen hun strategische keuzes als markten veranderen, nieuwe generaties toetreden of vernieuwing urgent wordt. In zulke situaties is een klassieke, lineaire manier van denken vaak onvoldoende, omdat die uitgaat van één richting, één waarheid en één set van aannames. Nomadisch denken biedt dan een alternatief denkkader voor vernieuwing. 

In een familiebedrijf ontstond onenigheid over de toekomstige koers. De vraag draaide om de keuze tussen het voortzetten van het bestaande bedrijfsmodel of het ontwikkelen van een nieuwe strategische focus. Door een nomadische benadering werd het vraagstuk anders benaderd, namelijk als een proces van parallelle ontdekking en ontwikkeling. Het resultaat van deze benadering gaf perspectief voor de toekomst.

De organisatie:

  • Verkende markten en klantsegmenten buiten de traditionele focus;
  • Bouwde nieuwe partnerships in netwerken die eerder niet werden overwogen;
  • Testte nieuwe proposities zonder de bestaande operatie te verstoren.

Daardoor werkte de keuze voor een nieuwe strategische koers minder polariserend en ontstond een richting die zowel vernieuwend als herkenbaar was. 

Wat is nomadisch denken?

Nomadisch denken verwijst naar een beweeglijke en verkennende manier van denken en redeneren, waarin vaste structuren bewust worden losgelaten. Het helpt om vraagstukken niet te zien als een keuze tussen A of B, maar als een dynamisch speelveld waarin meerdere perspectieven naast elkaar kunnen bestaan.

Kenmerkend voor nomadisch denken is dat het:

  • Niet uitgaat van vaste structuren, maar zich steeds opnieuw vormt in relatie tot de context;
  • Beweegt in meerdere richtingen en zoekt naar onverwachte verbindingen en kruisverbanden;
  • Afstand neemt van ingesleten denkpatronen om ruimte te maken voor nieuwe handelingsopties.

Deze manier van denken is bijzonder bruikbaar in situaties waarin traditionele bedrijfsmodellen tekortschieten, bijvoorbeeld doordat zij te sterk leunen op voorspelbaarheid en lineaire logica.

Toepassing in organisatie- en positioneringsvraagstukken

Bij organisatievraagstukken waarin meerdere belangen spelen en perspectieven voortdurend verschuiven, is nomadisch denken een manier om alternatieven te ontwikkelen zonder direct vast te lopen in bestaande kaders. Dit werkt met name goed in organisaties waar innovatie nodig is en waar de dagelijkse realiteit sterk leunt op routines en gevestigde structuren. Effecten van nomadisch denken zijn:

  • Oplossingen ontstaan die niet altijd keurig binnen de functionele indeling passen;
  • Innovatie ontstaat doordat medewerkers loskomen van vertrouwde werkwijzen;
  • Door te denken vanuit experimenteren, worden nieuwe strategische opties zichtbaar.

Een concreet voorbeeld is de ontwikkeling van hybride strategische richtingen, zoals een combinatie van dienstverlening en productexpertise. Waar klassieke modellen vaak kiezen voor de dominantie van óf productgerichtheid óf dienstverlening, laat nomadisch denken zien dat juist de combinatie van producten en hoogwaardige diensten, nieuwe waarde creëert. Organisaties verschuiven daarmee naar een relatie gedreven model waarin resultaat, partnership en continuïteit centraal staan.

Doorbreek vastgezette patronen

Veel middelgrote- en familiebedrijven hebben sterke routines en normen. Deze geven stabiliteit, maar kunnen ook verdere groei en ontwikkeling begrenzen. Een nomadische denkstijl helpt om vertrouwde organisatiestructuren, positionering, markten en producten, kritisch tegen het licht te houden en ruimte te creëren voor scenario’s die niet passen binnen de traditionele bedrijfslijn.

Juist in veranderlijke markten is strategische openheid essentieel, omdat zij organisaties in staat stelt sneller te schakelen zonder hun identiteit te verliezen.

Door observeren naar vernieuwing

Innovatie ontstaat zelden vanuit een losstaand geniaal idee, maar veel vaker vanuit het vermogen om scherp te observeren, trends te herkennen en bestaande elementen op een nieuwe manier te combineren. Organisaties die echte vooruitgang boeken, onderscheiden zich doorgaans niet door het creëren van iets volledig unieks, maar door het signaleren van bewegingen die anderen over het hoofd zien, zowel binnen de eigen sector als daarbuiten.

Een voorbeeld uit de geschiedenis laat dit scherp zien. Toen de Franse bankier Albert Kahn in 1888 Zuid-Afrika bezocht, zag hij iets dat voor velen nog weinig betekenis had: de enorme potentie van de goud- en diamantvoorraden. Deze enkele observatie vormde het startpunt voor een reeks ondernemingen en investeringen die hem tot een van de rijkste Europeanen van zijn tijd maakten. Niet omdat hij iets uitvond, maar omdat hij een ontwikkeling vroegtijdig wist te duiden en om te zetten in actie.

Een vergelijkbare dynamiek zien we bij Pieter van der Does en Arnout Schuijff, de oprichters van Adyen. Hun inzicht ontstond niet vanuit abstracte innovatie-ambities, maar vanuit jarenlange ervaring bij Bibit, een Nederlandse betaaldienstverlener. Zij zagen van dichtbij hoe gefragmenteerd en technologisch verouderd het internationale betaallandschap was.

Hun conclusie was helder:

  • de markt had geen nieuw lapmiddel nodig, maar een volledig herontworpen infrastructuur;
  • bestaande systemen belemmerden schaalbaarheid en internationale groei;
  • een geïntegreerd platform kon zowel de technische als operationele complexiteit doorbreken.

In 2006 kozen zij daarom voor een radicale stap: opnieuw beginnen, met moderne technologie en één wereldwijd platform. Niet toevallig betekent Adyen in het Surinaams “opnieuw beginnen”. Deze strategische herinterpretatie van een bestaand probleem maakte hen tot een succesvol Nederlands technologiebedrijf.

Ook in de cultuur- en kunsttheorie wordt deze gedachte breed ondersteund. Grote denkers als Roland Barthes, Michel Foucault en Rosalind Krauss benadrukten dat originaliteit vaak een constructie is.
Zij stelden dat:

  • elke vorm van creatie vindt plaats binnen bestaande stijlen, discoursen en culturele patronen;
  • kunstenaars en vernieuwers bouwen altijd voort op wat al aanwezig is;
  • zelfs de avant-garde elementen uit eerdere periodes worden hergebruikt en transformeert.

De kern is dat vernieuwing voortkomt uit herinterpretatie, niet uit het creëren van iets dat volledig losstaat van het verleden. Het sluit aan bij een inzicht van professor Kuhlmeijer, de eerste hoogleraar marketing in Nederland. Hij benadrukte dat organisaties vooral buiten de eigen sector moeten kijken, omdat binnen de branche de oplossingen meestal voorspelbaar zijn. Door de blik te verruimen ontstaan vaak patronen, kansen en ideeën die in de eigen omgeving onzichtbaar blijven.

Conclusie
Wie vernieuwt, doet dat zelden door iets compleet nieuws te bedenken, maar door op een andere manier naar het bestaande te kijken. Innovatie begint bij observatie, bij het herkennen van signalen die anderen missen, en bij het vermogen om bekende elementen op een nieuwe manier te verbinden. Juist daar ligt het fundament voor duurzame strategische vernieuwing.