Door observeren naar vernieuwing

Innovatie ontstaat zelden vanuit een losstaand geniaal idee, maar veel vaker vanuit het vermogen om scherp te observeren, trends te herkennen en bestaande elementen op een nieuwe manier te combineren. Organisaties die echte vooruitgang boeken, onderscheiden zich doorgaans niet door het creëren van iets volledig unieks, maar door het signaleren van bewegingen die anderen over het hoofd zien, zowel binnen de eigen sector als daarbuiten.

Een voorbeeld uit de geschiedenis laat dit scherp zien. Toen de Franse bankier Albert Kahn in 1888 Zuid-Afrika bezocht, zag hij iets dat voor velen nog weinig betekenis had: de enorme potentie van de goud- en diamantvoorraden. Deze enkele observatie vormde het startpunt voor een reeks ondernemingen en investeringen die hem tot een van de rijkste Europeanen van zijn tijd maakten. Niet omdat hij iets uitvond, maar omdat hij een ontwikkeling vroegtijdig wist te duiden en om te zetten in actie.

Een vergelijkbare dynamiek zien we bij Pieter van der Does en Arnout Schuijff, de oprichters van Adyen. Hun inzicht ontstond niet vanuit abstracte innovatie-ambities, maar vanuit jarenlange ervaring bij Bibit, een Nederlandse betaaldienstverlener. Zij zagen van dichtbij hoe gefragmenteerd en technologisch verouderd het internationale betaallandschap was.

Hun conclusie was helder:

  • de markt had geen nieuw lapmiddel nodig, maar een volledig herontworpen infrastructuur;
  • bestaande systemen belemmerden schaalbaarheid en internationale groei;
  • een geïntegreerd platform kon zowel de technische als operationele complexiteit doorbreken.

In 2006 kozen zij daarom voor een radicale stap: opnieuw beginnen, met moderne technologie en één wereldwijd platform. Niet toevallig betekent Adyen in het Surinaams “opnieuw beginnen”. Deze strategische herinterpretatie van een bestaand probleem maakte hen tot een succesvol Nederlands technologiebedrijf.

Ook in de cultuur- en kunsttheorie wordt deze gedachte breed ondersteund. Grote denkers als Roland Barthes, Michel Foucault en Rosalind Krauss benadrukten dat originaliteit vaak een constructie is.
Zij stelden dat:

  • elke vorm van creatie vindt plaats binnen bestaande stijlen, discoursen en culturele patronen;
  • kunstenaars en vernieuwers bouwen altijd voort op wat al aanwezig is;
  • zelfs de avant-garde elementen uit eerdere periodes worden hergebruikt en transformeert.

De kern is dat vernieuwing voortkomt uit herinterpretatie, niet uit het creëren van iets dat volledig losstaat van het verleden. Het sluit aan bij een inzicht van professor Kuhlmeijer, de eerste hoogleraar marketing in Nederland. Hij benadrukte dat organisaties vooral buiten de eigen sector moeten kijken, omdat binnen de branche de oplossingen meestal voorspelbaar zijn. Door de blik te verruimen ontstaan vaak patronen, kansen en ideeën die in de eigen omgeving onzichtbaar blijven.

Conclusie
Wie vernieuwt, doet dat zelden door iets compleet nieuws te bedenken, maar door op een andere manier naar het bestaande te kijken. Innovatie begint bij observatie, bij het herkennen van signalen die anderen missen, en bij het vermogen om bekende elementen op een nieuwe manier te verbinden. Juist daar ligt het fundament voor duurzame strategische vernieuwing.